Zo 7 augustus 2011 - Terug op IJsland

Chaotische taferelen bij het overstappen naar de flybus die ons naar Reykjavik zou brengen. Voor minstens 4 bussen mensen probeerden allemaal in de eerste, enig toegankelijke te komen. Ondertussen bleven er van meer vliegtuigen mensen aankomen. Niet iedereen blijft dan even netjes, 't was natuurlijk ook best wel laat, maar als je net zo rustig blijft als de ijslanders daar zit je toch verrassend snel in de bus.

Ma 8 augustus - Van Reykjavik naar Egilsstadir

Parkhotel had een heerlijk rookterras. Na het ontbijt koffie meegenomen en met een aantal lieve ijslandse ouderen een sigaretje gerookt.
Ontvangst op het kantoor van de marathon was weer als altijd heel gezellig, wat voelen we ons weer thuis. Wel kantoor van Frimann ingenomen maar alleen Monique en ik lijken er moeite mee te hebben.
Egilsstadir is fantastisch. Angur van jeeptours.is weer gebeld, vertrek naar Snæfel uitgesteld naar 11:00 uur morgenvroeg, kunnen we nog wat boodschappen doen.
Internet was beschikbaar bij de tourist information, kostte 300 kronen voor onbeperkte tijd, we hoefden alleen maar een code over te schrijven van een briefje.
Tas versturen naar Höfn kon maar daarvoor moesten we op de camping zijn, van daar vertrekken de bussen.
Terug op de camping, na het eten lekker warm in het café gaan zitten. Gratis internet en bijna het hele dorp voorbij zien komen. Internet van de tourist information was dus eigenlijk weggegooid geld.

Di 9 augustus - Taxi naar Snaefellsskáli

Nog gewent aan de nederlandse tijd waren we alweer om 7 uur wakker. Supermarkt ging pas om 9 uur open dus nog te vroeg voor vers brood. Wel alle tijd om vast wat in te pakken en we hadden al skyr en sap.
Laatste boodschappen gedaan. Wat zijn ijslandse winkels toch raar ingedeeld, repen voor onderweg liggen wel op 5 verschillende plaatsen. Eieren waren er alleen per doos, wel een heel leuk doosje voor 2 eieren voor onderweg gevonden. Gelukkig konden we in het café bij de camping wel 2 losse eieren kopen.
Hoeveel we moesten betalen voor het versturen van de gele tas naar Höfn bleef onduidelijk. Niemand wist het dus uiteindelijk maar afgesproken dat we pas in Höfn zouden betalen.
Agnar kwam keurig op tijd. Grote Jeep op bijna nog grotere banden. Afstand naar Snæfell was toch ongeveer 100 km dus de afgesproken prijs, 25.000 kroner, ongeveer 150 euro, was zo slecht nog niet. Alles in IJsland lijkt steeds normaler te worden qua prijs. De vijf cappucino die we dronken tijdens het wachten op onze taxi was omgerekend 12 euro, en daar zaten de 2 eieren nog bij.
Rit naar Snæfell was de mooiste die we ooit per auto gemaakt hebben. Eerst door het grootste bos van IJsland, zag er ook meteen heel on-ijslands uit, daarna al snel de bergen in. Agnar wist ook veel over de omgeving en over IJsland natuurlijk.
Rond 2 uur werden we bij de hut afgezet. Onderweg de druk in de banden nog wat verlaagd om makkelijker en comfortabeler over de steeds ruwere wegen te kunnen rijden.
Snæfellsskáli met Herðubreið, koningin van de ijslandse bergen, op de achtergrond
Hele middag voor de tent in de zon gezeten, af en toe een kort tochtje rond de tent. Uitzicht op de Vatnajökull, Snæfell en vanaf iets hoger zelfs op Herðubreið en Kverkfjöll was prachtig. 's Avonds in de hut bij de 2 rangers op bezoek geweest. Tips over de tocht voor morgen gekregen.
Het leek hen voor ons leuker als zij ons vlak bij de gletscher af zouden zetten. Tocht over de jeeptrack daar naar toe was toch niet zo boeiend. En met zo'n lift konden we de eerste dag meteen naar de eerste hut lopen. Vanaf daar werd het landschap snel steeds mooier. Konden we daar beter ergens een nacht extra kamperen.
Ons oorspronkelijke plan was eigenlijk vlak voor de gletscher te kamperen. Hadden we een rustige inloopdag en en nacht naast een gletscher klinkt toch als iets wat je een keer gedaan moet hebben.

Woensdag 10 augustus - Over de Eyjabakkajökull

Rit met de ranger door het park was weer een mooie. Er vlogen veel rozevoet ganzen, die konden nu weer goed vliegen. In het begin van de zomer verliezen ze belangrijke veren waardoor vliegen bijna onmogelijk wordt. Als je ze dan naderd proberen ze eerst weg te lopen maar omdat mensen sneller lopen geven ze dit al snel op en gaan ze zich voor dood houden, met één kant van hun gezicht plat op de grond.
In de verte een stuk of 20 rendieren, ze zetten het meteen op een lopen. Rendieren zijn hier rond 1860 als een soort ontwikkelingshulp door de noren heengebracht. Op IJsland had men echter geen idee wat men er mee kon doen. Eenvoudig van de boten het land opgejaagd veroorzaakten ze vooral voor de boeren veel overlast.
Nu leven er vooral in het oosten van het land nog grote aantallen maar moet er geloot worden om de vergunningen om er 1 te mogen schieten. Dit jaar zijn er 1000 vergunningen beschikbaar. Maar als je 5 jaar uitgeloot wordt krijg je het jaar erop voorrang.
Bij het afscheid vertelde de ranger nog op welke hellingen we in geval van nood waarschijnlijk wel bereik met onze telefoons zouden hebben en dat het nummer van 112 op IJsland ook 112 was.
In de hut hadden we de coördinaten van de begin- en eindpunten van de gletschertocht over de Eyjabakkajökull gekregen. Ter plekke het punt met de minste spleten opgezocht. Het wandelen over het ijs voelt in het begin heel erg eng, we durfen nauwelijks te stoppen. Later wennen ook de grotere spleten.
Spleten genoeg op de Eyjabakkajökull, gelukkig nooit verborgen
Prachtig uitzicht over Snæfell en Kverkfjöll en dan dat intense blauw als je van bovenaf in zo'n spleet kijkt. Opvallend hoeveel vliegjes en andere vliegende insekten je op een gletscher tegen komt. De meesten leken het wachten op beter omstandigheden echter opgegeven te hebben.
Aan de overkant meteen stijl omhoog. We zien de watervallen waar we bovenlangs moeten passeren volgens de ranger. Om daar te komen moeten we echter wel afdalen over een best stijl sneeuwveld. En dat boven de stijle wand waarover de watervallen vallen, we besluiten maar boven op de gletscher te blijven. Als we ook de Kverkkvíslarjökull en de Kvíslarjökull oversteken blijven we op hoogte en dalen we daarna in 1 lijn over de Geldingafellsjökull af naar de Geldingafells hut. Want voor een eerste dag was het allemaal best zwaar geworden.M'n knieëen knikten op het eind zelfs de verkeerde kant op, en m'n schouders en ribbenkast waren best gevoelig geworden. We waren blij toen we eindelijk bij de hut aankwamen. Soep gemaakt, spinazieschotel gegeten, glas whisky en een kop thee gedronken en meteen naar bed.

Donderdag 11 augustus - Lónsöræfi

Tweede dag was een stuk makkelijker. Wijds landschap, meanderende riviertjes, besneeuwde toppen overal om ons heen, veel sneeuwvelden te doorkruizen, het voelde allemaal heel erg arctisch. Maar met een blauwe hemel kan dat toch heel aangenaam zijn.
Route is niet erg duidelijk, een pad is er niet. Richting gelukkig wel, je moet gewoon zelf je pad zoeken. Goede richting maar liefst niet te veel omhoog en omlaag en het liefst ook niet te drassig.
Vesturdalsa, water valt hier 100 meter naar beneden
Vanaf de doorwading van de Vesturdalsa die zuidelijk uit het Fremstavatn stroomt begon Lónsöræfi plotseling echt.Voor het doorwaden van het riviertje moesten we voor het eerst de Crocs aan. Nog geen 2 minuten later stonden we plotseling bovenaan een diepe valei/canyon. De Vesturdalsa stort hier in een 100 meter hoge waterval naar beneden, ik durfde nauwelijks foto's te maken. Vanaf hier liepen we door en langs een landschap met overal watervallen, diep ingesleten valeien en rare rotsformaties.
Van de route naar een kampeerplekje was weer alleen de richting duidelijk, pad moesten we zelf zoeken. We zetten de tent op bij het eerste van de twee kleine meertjes vlak voor het Kollumúlavatn. Volgens de routebeschrijving uit Vier Wanderrouten in Island waren daar hervorragende Zeltplatze, dat leek ons wel wat. We kozen voor de eerste , die leek het meest beschut met genoeg water en vlakke stukjes.

Vrijdag 12 augustus - Rendieren en Tröllakrókar

De volgende dag eerst richting oosten en de hut Egilssel gelopen. We waren het tweede meertje nog maar net voorbij toen we iets onder ons, rond een verbrede beek, een kudde rendieren zagen lopen. Een stuk of 25 waarvan ongeveer 8 jongen. Rendieren zien vrij slecht, ruiken echter des te beter. We probeerden zo min mogelijk te bewegen en de wind stond redelijk goed, ik durfde zelfs een shaggie te roken. Even leken een paar dieren ons in de gaten te hebben maar ze liepen niet weg. Een minuut of 20 konden we ze van een afstand bekijken, toen kwamen er nog 10 anderen bij. Het leek wel of de eerste groep voor de nieuwe groep wegrende maar al snel renden ze ze samen de heuvel op en over.
Wij liepen verder richting Tröllakrókahnaus om de Tröllakrókar te bekijken. Rugzakken op de vlakte er vlak naast achter gelaten om daarna van de ene in de andere verbazing te vallen. Je moet wel heel dicht bij een hele enge rand komen om zo veel mogelijk te zien maar eenmaal daar vergeet ik zelfs m'n hoogtevrees.
Route naar Múlaskáli zou aangegeven moeten zijn met paaltjes. Geen paaltje te zien. Ik had na ons verdwalen op Tjörness ook al niet meer zo'n vertrouwen in IJslandse paaltjes maar toch baalden we licht, de route naar de 500 meter lager gelegen bodem van de stijle vallei leek niet zo makkelijk te vinden. We vonden wel steeds meer bizarre uitzichten naar beneden. Ongelooflijk dat hier zo weinig mensen komen, we hebben gisteren alleen in de verte één andere wandelaar gezien.
Verderop waren er opeens wel paaltjes. Kwamen uit een heel andere richting als onze routebeschrijving aangaf maar wij hebben dan ook best wel een oude editie en IJsland is nogal veranderlijk. Maar goed dat de paaltjes er waren, ik weet niet of we deze route ooit zelf gevonden hadden. kan echter ook zijn dat de route steeds anders uitgezet wordt om de schade aan de natuur zo veel mogelijk te beperken. Dit was zeker niet de route zoals die in ons boekje beschreven werd. Landschap klopte echter wel, onwerkelijk mooi, zeker zo mooi als Landmannalaugar. 't Is alleen wat lastig te bereiken.
Lónsöræfi
Eindpunt van de afdaling klopte ook, leuk IJslands bos vlak boven de rivier. Op een mooi beschut plekje langs een beekje tussen de bomen heersten zelfs spaanse temperaturen. Wel even lekker want warm is het hier bij al die gletschers zeker niet.
Na het bijna paradijselijke bos kwam er nog een lastig stuk, klopte het boekje weer. Lastig vooral als je hoogtevrees en/of een grote rugzak hebt. Omdat het niet mogelijk was door de bedding van de rivier te lopen moesten we langs de stijle noordhelling van de vallei. Soms met steun van kettingen, soms niet. Maar bijna overal stijl en smal. Snel daarna wordt het makkelijker en konden we weer gewoon van de omgeving genieten.
Múlaskáli
Múlaskáli blijkt een prachtige hut. Mooiste was misschien wel de douche. Snaefellsskáli had er ook al 1 maar voor ons blijft het een verrassing, een douche in of bij een berghut. En dat voor maar 300 kronen. Vlak bij de hut een mooi plekje voor de tent gevonden.

Zaterdag 13 augustus - Hadden we dat maar geweten

Pad begon na de eerste stijle klim naar Illikambur als een heerlijk uitlooppad voor een laatste dag. Kloven waar we door en overheen moesten werden echter dieper en stijler, de paadjes smaller. Ik vond het doodeng, Monique had nergens last van. Sterke wind maakte het haar op een gegeven moment ook af en toe wel lastig. Een windstoot kom je bij even niet opletten zo een halve meter naast het pad zetten.
Vlak bij de hut Eskifell maakten we de grootste vergissing van deze vakantie. In plaats van door te lopen naar de hut staken we over naar de jeeptrack, die daar redelijk dicht bij ons wandelpad kwam, in de hoop nog een lift naar Höfn te krijgen. Hut lag op het einde van een bergrug die aan beide zijden ingesloten werd door rivieren die alleen door grote jeeps te passeren waren, niet te voet. Tenminste, dat zei onze wandelgids uit 2004. Na een uur wachten in de net begonnen regen en de nog steeds heel harde wind begonnen we maar te bellen voor transport. Slechte ontvangst en de luidruchtige wind maakten het lastig, zeker als je in deze omstandigheden ook nog nieuwe telefoonnummers op moet schrijven. Het leek allemaal niet te lukken totdat ik gebeld werd door iemand van Stafafell. Hij had mijn nummer doorgekregen van iemand die ik wel bereikt had, echt weer IJsland. Hij zou in 40 minuten bij ons zijn. Wij helemaal opgelucht. Omdat Stafafell hemelsbreed niet zo ver was gingen we er vanuit dat hij eerst z'n eten op wilde eten of iets dergelijks. Na een kwartier zagen we echter al 2 koplampen aan de overkant van de vlakte waar de rivier door stroomde. Weg leek recht maar met grote slingers kwam de auto naar ons toe. Rivier bleek hier uit tientallen nevenstromen te bestaan die hij allemaal apart moest bekijken op doorrijdmogelijkheden, situatie veranderde hier dagelijks. Doorkruizen van de hele rivier kostte ruim 20 minuten. Rare ervaring, overal grijs snelstromend water en grindbanken. Hij, de man van Stafafell, deed dit bijna dagelijks en werd ook steeds gebeld door andere chauffeurs over de beste route.
De dagelijkse busrit van Illikambur naar Höfn bestond niet meer, nu was het alleen op afspraak. Maar of we niet wisten dat er nu tussen Eskifell en Stafafell ook een brug was? We hadden de de route dus gewoon helemaal tot Stafafell uit kunnen lopen, tot aan de N1, en daar de bus naar Höfn kunnen nemen.
Wij hadden gehoopt dit soort informatie te krijgen van de ranger in Múlaskáli maar die bleek net twee dagen geleden het seizoen afgesloten te hebben. En het was het ons niet gelukt vanuit de bergen te bellen. Het moet op veel plekken wel mogelijk zijn maar je moet dan wel de juiste heuvel of berghelling weten.
Nu betaalden we weer 25.000 kronen voor deze taxi. De man, Guðbrandur bleek hij te heten, voelde zich duidelijk bezwaard. Normaal reed hij alleen voor 4 of meer personen maar om het slechte weer en het moeizame contact was hij toch maar meteen gekomen.We kregen echter wel waar voor ons geld. In Höfn was het door het slechte weer al behoorlijk vol in de hotels en guesthouses, erg groot was het dorp ook niet, dus reden we van pension naar pension en reserveerden we onderweg ook nog plaatsen in een restaurant voor die avond, wat met een IJslander als woordvoerder natuurlijk veel makkelijker gaat.
Guðbrandur probeerde het toeristme rondom Stafafell te promoten. Zijn familie zat al 4 generaties op de boerderij, z'n broer runde de camping en het guesthouse. Iedereen had het over Lonsöræfi, zij noemden het liever het Stafafell nature park. De naam Stafafell bestond al eeuwen, Lonsöræfi was een jaar of 30 geleden bedacht. Ze hadden het nu voor elkaar dat je het hele park vanaf de N1, bij Stafafell, als huttentocht kon doen met hutten op een dagafstand lopen van elkaar. Eigenlijk toch nog toegankelijker als Landmannalaugar-þorsmörk maar toch veel minder bekend. Het was jammer afscheid van hem te moeten nemen.